Dinsdag 7 mei

Dinsdag 7 mei, alweer de laatste dag hier in Mzuzu. Niet dat we deze dag veel tijd hadden om daaraan te denken, want ook al was het de laatste dag, ook vandaag stond er veel op het programma.

Vrijdag was de groep opgesplitst in 2 groepjes van 6. De ene groep ging op outreach en de andere groep ging naar het project ‘Love a village’. Vandaag werden de rollen omgedraaid. Omdat ik vrijdag op outreach was geweest, ging ik vandaag samen met Luca, Eline, Rein, David en Suryani naar ‘Love a village’.

De dag begon vroeg. Om 8 uur moesten we namelijk in Ekwendeni (ongeveer een half uur van Mzuzu) zijn om vervolgens richting het dorpje te gaan waar dit project was gevestigd. Anders dan vrijdag gingen wij nu niet alleen met ons groepje naar het project. De oprichtster van ‘Love a village’, Julie uit Canada, ging ook mee en zij had een groepje jongeren uit Canada meegenomen. We hadden dus extra auto’s nodig, en dit betekende voor ons dat we achterin de auto in een grote bak mochten zitten, wat het uitzicht (wat in Malawi al bijzonder mooi is) nog veel bijzonderder maakte.

Na een rit van 1,5 uur kwamen we aan bij ‘Love a village’. Hier werden we meteen geconfronteerd met het leven in de dorpjes van Malawi. We moesten namelijk naar het toilet. Toen we bij het toilet aankwamen bleek dit geen normaal toilet te zijn, nee, het was een hurktoilet. Gelukkig maar dat ik op mijn trainingen altijd mijn beenspieren train, want zonder in een goede hurkpositie te staan ging het op dit toilet niet lukken. Ook was je niet alleen in het toilet, want je werd vergezeld door vliegen. Maarja, als je in Malawi bent moet je het wel allemaal meemaken natuurlijk.

Na deze nogal bijzondere ervaring werden we verwelkomd door de hoofden van het dorpje. De man-vrouw verdeling was goed voelbaar in het dorpje, want de vrouwen zaten op een kleedje op de grond terwijl de mannen op bankjes en krukjes zaten. Dit is natuurlijk iets wat wij hier in Nederland helemaal niet gewend zijn, dus het was wel even wennen. Ook ontmoetten we hier Daniel. Hij was een soort medeoprichter van het project, in de perioden dat Julie er niet was, was hij dan ook de persoon die je kon aanspreken. Hij vertelde ons een beetje hoe het project in elkaar zat en wij konden hem vragen stellen over dit project.

Na de ontmoeting maakten we gelijk een soort afdeling van een berg om bij het eerste deel van het project te komen. We kwamen op een soort plantage terecht. Er waren allemaal plantjes in de grond gepland door de mensen die in het dorpje woonden. Dit is iets wat in het project ‘Love a village’ centraal staat: mensen leren zelf een soort kapitaal (in geld of in materiaal) op te bouwen. De mensen die deze groenten verbouwden vertelden ons ook dat ze dit in eerste instantie deden om hun eigen dorp te voorzien in eten. Wanneer dit hen was gelukt en ze genoeg overhadden, wilden ze dit gaan verhandelen met omliggende dorpjes, zodat zij ook een eigen kapitaaltje konden opbouwen. We kwamen beneden aan de berg ook nog een waterpomp tegen. De mensen in dit dorpje halen bij deze pomp hun water. Waar ik respect voor heb, is dat de mensen die hier hun water halen ook nog elke dag de berg oplopen met een zware emmer water op hun hoofd. Voordat ik de berg opgeklommen was zou de emmer namelijk al helemaal leeg zijn van het gewiebel.

Toen we allemaal weer veilig boven waren aangekomen, lieten bewoners ons een soort schuurtje zien, waarin champignons gekweekt worden. Het was heel interessant om het hele proces in zo’n klein schuurtje te aanschouwen. Wat mij ook opviel was hoeveel kennis de bewoners daar wel niet hadden van het kweken van champignons. Ze hebben namelijk geen opleiding gehad. De mensen die dit project leiden moeten dan wel veel tijd gestoken hebben in het aanleren van champignons kweken!

Nadat we de champignons hadden bewonderd was het tijd voor het eten. We hadden al gehoord van de groep die vrijdag naar ‘Love a village’ was geweest dat het een spectaculair gerecht zou zijn. En ja hoor, dat was het zeker. Het gerecht bestond uit een soort mix tussen andijvie en spinazie, nsima (een typisch Malawisch gerecht) en het pronkstuk: de kip. Het was geen gewone kip, nee, deze kip liep een paar uur geleden nog lekker te tokken op het erf. Eline had de kip zelfs nog vastgehad. Alle delen van de kip lagen klaar om te eten en zelfs de organen zaten er nog in. David kwam 2 nieren tegen in zijn stuk kip en meneer de Visser heeft de lever van de kip opgegeten. Maar al met al was het best een prima lunch!

Na de lunch was het, na nog even gespeeld te hebben met de kinderen, tijd om weer naar Mzuzu te gaan. Natuurlijk weer onder het genot van de prachtige omgeving. Onderweg kwamen we zelfs nog een groep Malawische vrouwen tegen, die om een trommel aan het dansen waren! Supertof!

Eenmaal terug in Mzuzu genoten we van een lekker afscheidsmaal, namelijk een lekkere bbq. Hierna trokken we ons allemaal terug in onze kamers om koffers te pakken, te douchen en nog even te genieten van de laatste paar uur in Mzuzu.

Maud

Geef een reactie

Sluit Menu